La Gomera is een klein Canarisch eiland van een sprookjesachtige schoonheid. Het heeft geen uitgestrekte zandstranden en is daardoor nauwelijks toeristisch. Voor enthousiaste wandelaars is het er daarom juist heerlijk rustig. Als je ook buiten het zomerseizoen graag een wandelvakantie maakt, is La Gomera met zijn milde klimaat en uitgebreide net van wandelpaden een waar wandelparadijs. De Caminos Reales, brede handelspaden uit de 15e en 16e eeuw, leiden je door het veelzijdige landschap achter de kliffen.
Je komt in een subtropische bergwereld, waar je unieke vogel-en plantensoorten aantreft. De guave-achtige drakenboom geeft bijzondere schaduwen in het subtropische nevelwoud. Terwijl je over heuse junglepaden loopt, ruik je de laurierboom, hoor je het ruisen van beken en voel je je benen bij de afdaling naar de Playa de Vallehermoso. Af en toe kom je dicht genoeg bij de kust om een frisse duik in zee te kunnen nemen.
Je verblijft op drie verschillende plaatsen: San Sebastián in het zuid-oosten, Vallehermoso in het noorden, en Chipude meer naar het zuiden. Elke dag verken je een ander wandelgebied. Aan het eind van de dag arriveer je in de volgende accommodatie. Een enkele keer kom je terug in hetzelfde hotel. In totaal maak je zes gevarieerde wandeltochten. In de meeste dorpen waar je overnacht, is er ruim keuze uit restaurants en tapas-bars. Er worden heerlijke gerechten geserveerd uit de typisch Canarische keuken. Het zijn eenvoudige, maar smakelijke gerechten die je zeker eens moet uitproberen. Bijvoorbeeld de ‘papas arrugadas con mojo, gepofte aardappels met pikante saus. En die heb je verdiend na een lange, veelzijdige wandeldag!
Deze reis kun je eenvoudig verlengen met een (extra) week op Tenerife.
