Het Hoge Atlasmassief vormt met zijn grillige, ongenaakbare bergkammen de hoogste bergketen van Noord-Afrika. Wij stippelden een route uit die je vanaf de nog nauwelijks belopen oostzijde van de Toubkal naar boven voert. Vele anderen beginnen vanaf de westzijde via Asni en het dorpje Imlil aan de klim naar de welbekende Neltnerhut. Wij starten ver weg van deze drukte, nabij de Tizi-'n-Tichka bergpas op 2000 meter hoogte waar Berber muildierdrijvers ons opwachten. Met hen hebben we de komende dagen een intensief contact, zodat we optimaal de sfeer kunnen proeven van het ware Marokko. Want Marokko is niet alleen mooi om te wandelen, het is zeer zeker ook de moeite waard het vrolijke bergvolk, de Berbers, beter te leren kennen. Bovendien weten ze feilloos de weg over de nauwelijks belopen paden aan de oostzijde van het Toubkalmassief. Over een bergpas met prachtige vergezichten maken we een stevige trekking langs sfeervolle valleien en kloven met tegen de hellingen de uit leem opgetrokken Berberdorpen.
Via het Yagourplateau met zijn prehistorische rotstekeningen, lopen we naar de Ourikavallei. Op het heetst van de dag genieten we van een saladelunch in de schaduw van een walnotenboom. Onze vermoeide voeten kunnen we ontspannen in één van de klaterende stroompjes. In het romantische dorpje Amsouzert, waar de Berbers met behulp van kleine watermolens het pas geoogste graan malen, genieten we van het kleurrijke dorpsleven. We vervolgen onze trektocht naar het turkooizen bergmeer Lac d´Ifni, waarin gezwommen kan worden. Hier slaan we ons bivak op en begint onze uitdagende klim naar de hoogste berg van Noord-Afrika, de 4167 meter hoge Toubkal. Op de top worden we overweldigd door het uitzicht over de Anti-Atlas waarachter de Sahara schuil gaat. Via het bedevaartsoord Sidi Chamarouch reizen we terug naar het warme, sprookjesachtige Marrakech.
