Op deze route doorkruisen we het gebergte in westelijke richting, en zoeken de hoogste passen en meest idyllische meertjes op. Het grootste deel van de tocht ligt tussen de 1500 en 2500 meter. Het is een fysiek pittige tocht: met een zware rugzak, flinke hoogteverschillen en behoorlijke loopdagen. Het terrein varieert van brede bospaden en groene alpenweides tot smalle rotspaadjes en keienvelden, het weer van zonnig tot hagel en de temperaturen van 0 tot 30°C. Kortom: er wordt nogal wat van je gevraagd! Dit gebied kent een uitbundige variatie aan planten- en dierensoorten. Zo vind je loofbossen (kastanje, maar vooral eik, beuk en berk), en bossen van lariks, dennen en sparren. Hogerop vind je dwergstruiken zoals els, hei en alpenroos. In de laag gelagen wouden vind je zwijnen, herten, vossen, dassen, en als je geluk hebt zie je zelfs wezels. Soms laten zelfs klautergeiten en gemzen zich zien.
De streek Lombardije staat bekend om haar met liefde bereide maaltijden, goede wijnen en vers fruit. De mensen zijn vriendelijk en willen graag helpen, ook als je geen Italiaans spreekt. Lombardije is de rijkste streek van Italië, en dat is in de dalen goed te zien. Oude stadjes, welvarende dorpjes, rijke landerijen en prachtig geplaatste berghutten maken deze reis tot een mooie combinatie van natuur en cultuur.
