In de dalen staan veel bloemen, maar hoe hoger je komt, hoe ruiger de bergen worden. De uitzichten vanaf de kale toppen zijn prachtig, ook dan vallen de vele meertjes op. Soms zwemmen er zwanen, soms zie je er weerspiegelingen van de omringende bergen in, maar altijd zijn ze sfeervol. Dat je de oude Viking-namen voor berg (fell), beek (beck) en meer (tarn) geregeld tegenkomt, draagt bij aan de ongerepte, bijna historische sfeer van dit bijzondere wandelgebied.
In het voorjaar loop je tussen de pasgeboren lammetjes in de weilanden; in augustus en september kleurt de bloeiende heide de velden paars. Dankzij het Engelse ‘Right of Way’ zijn voetpaden dwars door weilanden met schapen voor wandelaars toegankelijk. De gemoedelijke B&B-pensions bieden een uitstekende uitvalsbasis.
