Met een boemeltreintje reizen we van Calvi, een charmant havenstadje met winkeltjes, terrasjes en veel restaurants naar het prachtige universiteitsstadje Corte. Dit is het startpunt van onze tocht. Het oeroude pad door de Gorge de Tavignano voert ons verder naar de piepkleine hut van Sega. Hier kan in een heus openlucht 'zwembad' gezwommen worden (heeeel koud!). Via de vlakte van Campotile stijgen we naar het hoogste punt van de GR 20, de Brèche de Capitellu, een traject van ongekende schoonheid. Je beloning voor al het klimmen is een bad in een door woest water uitgesleten bassin vlakbij onze kampeerplek. Enige ontspanning is wel nodig, want de klim naar de Cirque de la Solitude ligt op je te wachten. Deze is technisch de meest pittige van de tocht: 140 meter langs staalkabels. Wie wil genieten en pootje baden in ijskoude beekjes houdt de dag daarna een rustdag; de echte bikkels staan vroeg op voor de beklimming van de hoogste berg van Corsica, de Monte Cinto. Deze is facult atief.
De laatste episode van onze vakantie is in zicht.. Ronduit spectaculair is de oversteek over de Spasimatabeek: één voor één de hangbrug over, het lijkt wel een avonturenfilm! We zetten de tenten op in de buurt van de Refûge de Carozzu. Let op de vossen die hier rondzwerven. Menig vossenhol is inmiddels gestoffeerd met sokken van wandelaars, dus zorg dat alles goed opgeborgen ligt! Nog één dag flink stijgen. Vanaf de Bocca Piccaia (1950 meter) heb je bij helder weer een prachtig uitzicht over heel Corsica. De twee laatste dagen dalen we af naar Calenzana (275 meter), het eindpunt van onze trektocht.
